
This is a special issue with the abstracts of the Science of Aphasia conference 2026 held in Bordeaux from the 22nd to the 25th of September 2026. It contains the accepted abstracs of the poster presentations and the oral presentations.
Een verslag van het jaarlijkse symposium van de Nederlandse Vereniging voor Stem-, Spraak- en Taalpathologie (NVSST) gehouden op vrijdag 6 maart 2026.
Achtergrond De diagnose Taalontwikkelingsstoornis (TOS) en Spraakontwikkelingsstoornis (SOS) komen vaak samen voor bij jonge kinderen. De groepsbehandeling voor peuters met een expressieve TOS bestaat uit een groepsinterventie gericht op de taalontwikkeling. Voor kinderen met TOS en SOS kan het daarnaast ook belangrijk zijn om de fonologische ontwikkeling te stimuleren in de groepsinterventie. Effectonderzoek van een groepsinterventie op de spraakproductie is beperkt in Nederland. Doel Onderzoek naar het effect van een gecombineerde groepsinterventie gericht op taal en spraak in vergelijking met een groepsinterventie alleen gericht op taal, op de spraakproductie van jonge kinderen met een expressieve TOS. Methode 41 peuters met een expressieve TOS van de vroegbehandeling van Koninklijke Kentalis namen deel aan een interventiestudie met drie meetmomenten (begin-, tussen- en eindmeting). De kinderen zijn verdeeld in een controlegroep, die een care-as-usual groepsbehandeling gericht op taal kreeg en een interventiegroep die dezelfde taalinterventie kreeg, waarbij twee van de vijf groepsactiviteiten per week vervangen werden door een spraakinterventie. Er werden vijf groepsactiviteiten per week uitgevoerd gedurende achttien weken. Primaire uitkomstmaten om de spraakproductie in kaart te brengen waren percentage consonanten correct-revised (PCC-R) en phonological mean length of utterance (PMLU). Resultaten Alle kinderen gingen significant vooruit in PCC-R en PMLU. Er werd geen significant verschil gevonden tussen de twee groepen in de spraakproductie. Conclusie Een groepsinterventie gericht op alleen taal, of spraak en taal laten positieve vooruitgang zien op de spraakproductie van peuters met expressieve TOS op de vroegbehandeling Kentalis.
In dit themanummer is tot nu toe vooral gekeken naar de diagnostiek van spraakontwikkelingsstoornissen. In dit artikel worden de mogelijkheden voor behandeling besproken. Na procesdiagnostiek, gekoppeld aan het model van Terband en gebaseerd op het schema van Levelt, volgt een logopedische diagnose die richting geeft aan de therapie. Elke logopedische diagnose vraagt een andere insteek en behandeling, met aandacht voor de problematiek van het betreffende kind. De verschillende therapiemethoden en behandelprogramma’s die op dit moment beschikbaar zijn voor het Nederlands worden besproken, gerangschikt naar de problemen waarvoor ze zijn ontwikkeld. Principes en opbouw worden beschreven, alsmede de beschikbare evidentie.
Grammaticale analyses van spontane taal kunnen een belangrijke rol vervullen in de handelingsgerichte diagnostiek van taalontwikkelingsstoornissen. Logopedisten zijn doorgaans bekend met analysemethoden zoals TARSP en STAP en onderkennen hun belang. Het gebruik ervan is echter beperkt, omdat er veel tijd mee gemoeid is en specifieke kennis en kunde noodzakelijk zijn. In dit artikel beschrijven we een computerapplicatie, SASTA, die grammaticale analyses van kindertaaluitingen semi-automatisch uitvoert. Daarmee kan het uitvoeren van een spontane-taalanalyse sneller en makkelijker worden. We schetsen hoe SASTA werkt, met een accent op de verwerking van afwijkende grammaticale structuren en incomplete of incorrecte realisaties van woorden, die in kindertaal frequent voorkomen. Uit tests waarin de analyses die SASTA genereert vergeleken worden met die van geoefende menselijke analisten blijkt dat SASTA een accuratesse heeft van 80% of meer. De verwachting is dat de prestaties door het lopende onderzoek- en ontwikkelwerk verder zullen verbeteren en we concluderen dat SASTA de potentie heeft om een waardevol instrument te worden in de diagnostiek van taalontwikkelingsstoornissen.