
Preventie is cruciaal voor het bevorderen dan wel beschermen van de gezondheid van Nederlanders. Het is alom bekend dat daarvoor effectieve afstemming tussen verschillende domeinen noodzakelijk is, zowel op landelijk als op meer lokaal en regionaal niveau. Samenwerking is daarom, zeker in de huidige beleidsrealiteit, het toverwoord. Samenwerking gaat echter niet vanzelf. De meeste samenwerkingsverbanden falen, er is weinig aantoonbare impact van samenwerkingsverbanden op gezondheidsuitkomsten en organisaties die aan samenwerkingsverbanden deelnemen voeren nauwelijks veranderingen door, blijkt uit de literatuur. In deze Forum-bijdrage beschrijven we de rol van samenwerking op landelijk niveau en in lokale en regionale uitvoering, en geven we op basis van organisatiewetenschappelijke literatuur inzicht in de manier waarop die samenwerking succesvol ingericht kan worden. We beargumenteren dat het verankeren via langetermijngezondheidsdoelen als nationaal kader, de GGD’en als regionale lead organization en het gebruik van reflectieve meetinstrumenten om de kwaliteit van samenwerking te volgen en te verbeteren noodzakelijk zijn om gezamenlijk de gezondheid van Nederlanders de komende jaren te blijven verbeteren.
Promoting a healthy living environment requires cross-sector collaboration between governments, social organizations, and citizens. The factors influencing cross-sectoral collaboration and citizen participation are generally well known. Less well known is how these factors work and in what context, such as priority neighborhoods. This study explores the effective factors for cross-sector collaboration with citizen participation in priority neighborhoods. We combined participatory action research with realist evaluation in three Dutch neighborhoods, in both rural and urban municipalities named X, Y and Z in the east of the Netherlands. Data collection included document analysis (n = 25), interviews (n = 23), ripple effects mapping sessions (n = 3), and observations (n = 113). We identified effective factors by analyzing the relationship between context, interventions, mechanisms, and outcomes, thereby explaining how and why interventions work in a specific context. Six effective elements for cross-sector collaboration with citizen participation are: 1) room for cross-sectoral collaboration and citizen participation, 2) cross-domain facilitators and key figures from the neighborhood as health brokers, 3) personal contact and presence in the neighborhood, 4) equity and expectation management, 5) open and regular communication, and 6) visible results. We have experienced that the design of the study as a learning process, facilitated by an action researcher and local process guidance, contributes to sustainable relationships, local impact, and joint ownership. To effectively shape cross-sectoral collaboration that involves citizen participation in priority neighborhoods, it is important to create opportunities for learning processes, bridging roles, relationship-building, and local perspectives.
Worldwide, environmental pollution harms biodiversity and human health, which can cause problems for ecosystems, communities, and economies. A lack of integrated pollution measurements and fragmented responsibility across different ministries and policy levels perpetuate these problems. This case study on air quality in South Limburg highlights the potential of citizen science in addressing regional pollution issues. The past has shown that citizens are capable of driving change by contributing to an integrated monitoring network and demanding action from highly polluting industries. Citizen science connects environmental management with collective action and strengthens the position of communities as drivers of change.
In dit artikel bespreken we de toegenomen aandacht voor ‘transities’ in de publieke gezondheid, de bredere wetenschappelijke transitieliteratuur en de manier waarop deze kennis kan bijdragen aan systeemverandering rond nicotinegebruik, alcoholgebruik en overgewicht. Aan de hand van het in de praktijk veelgebruikte TransMissie-model laten we zien welke factoren systemen in stand houden en welke fasen transities doormaken. Daarnaast waarschuwen we voor de misvatting dat transities vanzelf in de goede richting verlopen of gemakkelijk te sturen zijn. Juist door realistisch te zijn over de tegenstrijdigheden, onzekerheden en machtsverhoudingen binnen transities, kan de transitietheorie een kritisch denkkader bieden voor publieke gezondheid.
Veertig jaar geleden werd in de Nota 2000 aandacht gevraagd voor betere volksgezondheid door preventie via aanpak van omgevingsfactoren. In de afgelopen veertig jaar is het beleid mede bepaald door drie discussies: collectieve maatregelen versus individuele verantwoordelijkheid, landelijke wetgeving versus initiatieven van het maatschappelijk middenveld en bewijskracht versus causaliteit. Er is veel vooruitgang geboekt in de volksgezondheid, maar de uitgangspunten van de Nota 2000 zijn relevanter dan ooit tevoren. De volksgezondheid is het meest gebaat bij preventie door het creëren van een leefbare en gezonde omgeving. Het is hoog tijd om deze klassieke wortels van de volksgezondheid weer centraal te stellen.
In deze bijdrage zoomen we in op de kennisinfrastructuur die sinds de Nota 2000 ontstaan is, en het wetenschappelijk onderzoek dat daarbinnen is uitgevoerd. We beschrijven ontwikkelingen in de infrastructuur en in het onderzoek, en in de manier waarop aan valorisatie is gewerkt. We vullen deze terugblik aan met reflecties over op welke manier – met alles wat er in die veertig jaar aan groei is gerealiseerd – de wetenschappelijke infrastructuur in de toekomst nog beter kan bijdragen aan de volksgezondheid.
De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) geeft inzicht in de belangrijkste toekomstige ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven op het gebied van volksgezondheid en zorg in Nederland. Dit artikel beschrijft de opzet en belangrijkste bevindingen van de VTV-2024 ‘Kiezen voor een gezonde toekomst’ en reflecteert op de betekenis voor beleid, praktijk en onderzoek. De opgaven voor de komende 25 jaar zijn: voorbereiden op een ouder wordende bevolking, terugdringen van gezondheidsachterstanden, aanpakken van de gezondheid van de jeugd, keuzen maken in de zorg, en werken aan een gezonde klimaatbestendige leefomgeving. De VTV-2024 is een basis voor nader gesprek en gezamenlijke uitwerking van oplossingen door de praktijk, beleid, wetenschap en samenleving.
Co-design wint de laatste jaren terrein in innovatieprocessen, ook in de gezondheidszorg. In co-design ontwikkelen ontwerpers samen met anderen (eindgebruikers, stakeholders, burgers) oplossingen voor complexe maatschappelijke vraagstukken. Co-design is op te vatten als een vorm van citizen science: onderzoek (design research) naar de leefwereld van beoogde gebruikers van te ontwerpen oplossingen. Het succes van co-design hangt nauw samen met de manier waarop het proces gefaciliteerd wordt. In dit artikel beschrijven we hoe wij als design researchers het ontwerpproces vormgaven waarin wijkbewoners en gezondheidsprofessionals een wijkgezondheidsvoorziening (de Leefstijlpoli) ontwierpen. Het ontwerpproces is gereconstrueerd op basis van participatieve observatie, interviews en documentanalyse. De beschrijving toont het dynamische karakter van het ontwerpproces. Het vraagt van de design researcher voortdurend sensitiviteit, flexibiliteit en creativiteit. De inzet van verschillende ontwerpmethodieken en taakherschikking tijdens het ontwerpproces leidden tot a) een eerste prototype van een wijkgezondheidsvoorziening en b) een instrument om inzicht te krijgen in de voorstelling die wijkbewoners zich van zo’n voorziening maken, ook al hielden de co-designers vast aan eigen ideeën, hadden ze indirect toegang tot de wensen van de eindgebruikers en ervaarden ze op enig moment onderzoeksmoeheid. Co-design vraagt van design researchers een juiste balans in spanningen tussen gedegen onderzoek dat tijd vergt, voldoende vaart en richting, zodat co-designers betrokken en onderlinge relaties behouden blijven. Korte, iteratieve ontwerpcycli bieden de beste kans om snel te leren en co-designers betrokken te houden.
Gemeenschappen en individuele burgers spelen een cruciale rol in het kader van pandemische paraatheid, niet alleen bij de ontwikkeling en uitvoering van plannen, maar ook in het vergroten van eigen veerkracht. Burgerwetenschap kan hieraan bijdragen door bijvoorbeeld ziekte-uitbraken te signaleren, gegevens te verzamelen en te analyseren, en beleidsvorming en risicocommunicatie te ondersteunen. De recente COVID-19-pandemie heeft laten zien dat de randvoorwaarden voor het toepassen van burgerwetenschap voor pandemische paraatheid niet op orde zijn. Dit onderzoek richt zich op de randvoorwaarden die nodig zijn om burgers effectief te betrekken bij kennisontwikkeling voor pandemische paraatheid. We hebben een exploratief kwalitatief onderzoek uitgevoerd, bestaande uit veertien interviews en vier workshops. Twee overkoepelende randvoorwaarden zijn geïdentificeerd: publieke en professionele waardering van burgerwetenschap en een toegankelijke infrastructuur voor kennisdeling en samenwerking. Investeren in een solide sociale, materiële en technologische infrastructuur vóór een crisis is nodig om de betrokkenheid van burgers bij kennisontwikkeling voor pandemische paraatheid te realiseren. Door deze randvoorwaarden te versterken en de rol van burgers in onderzoek serieus te nemen, kan burgerwetenschap niet alleen bijdragen aan een effectievere pandemische paraatheid, maar ook aan bredere maatschappelijke weerbaarheid bij toekomstige crises.
Het RIVM heeft voor de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 (VTV-2024) een Burgerraad opgezet. Dertig burgers brachten nieuwe perspectieven, reflecteerden op gezondheidsthema’s en formuleerden oplossingsrichtingen. Dit leverde voor de onderzoekers nieuwe ideeën, bredere inzichten en relevante aandachtspunten op. Zowel burgers als onderzoekers waardeerden de inbreng. Tegelijkertijd kwamen verbeterpunten naar voren, zoals de Burgerraad betrekken bij het vaststellen van themaverkenningen, een grotere invloed en zeggenschap, en meer flexibiliteit in het proces. Deze ervaringen benadrukken de waarde van burgerparticipatie en het belang van verdere ontwikkeling en toepassing van deze aanpak in toekomstig onderzoek en bij beleidsvraagstukken.
Wereldwijd schaadt milieuvervuiling de biodiversiteit en humane gezondheid, waardoor ecosystemen, gemeenschappen en economieën in de problemen kunnen komen. Door een tekort aan geïntegreerde metingen van vervuiling en versnipperde verantwoordelijkheid over verschillende beleidsdomeinen en -niveaus blijven deze problemen bestaan. Deze casestudy over de luchtkwaliteit van Zuid-Limburg benadrukt de potentie van burgerwetenschap bij het aanpakken van regionale vervuilingskwesties. Het verleden laat namelijk zien dat burgers in staat zijn verandering te stimuleren door bij te dragen aan een geïntegreerd meetnetwerk en actie te eisen van sterk vervuilende industrieën. Burgerwetenschap verbindt milieubeheer met collectieve actie en versterkt de positie van gemeenschappen als aanjagers van verandering.
Aan de hand van een brede toekomstverkenning zijn maatschappelijke, technologische en organisatorische ontwikkelingen geanalyseerd die invloed hebben op de bevolkingsonderzoeken. Op basis hiervan zijn twee scenario’s (Meer-Minder) opgesteld om toekomstige onzekerheden te verkennen en opgaven voor de toekomst te formuleren. Op basis hiervan hebben het RIVM en het ministerie van VWS de Ontwikkelagenda bevolkingsonderzoek ontwikkeld, met drie ambities: 1) meer gezondheidswinst via innovatie en screening op maat, 2) bevordering van gezondheidsgelijkheid en 3) verantwoord omgaan met onzekerheden. Evaluatie, samenwerking en flexibiliteit blijven essentieel voor een toekomstbestendig aanbod.
Burgerwetenschap waarbij mensen onderzoek doen naar persoonlijke gezondheidsvraagstukken kan gezien worden als de nulde lijn van gezondheidsonderzoek. Deze vorm van onderzoek kan leiden tot functionele en onderbouwde oplossingen voor gezondheidsvraagstukken. De onderzoekende capaciteiten van burgers worden echter nauwelijks benut in regulier gezondheidsonderzoek, noch in de zorg. Dit artikel beschrijft de ontwikkeling van de nulde lijn van het gezondheidsonderzoek, zoals het ZelfOnderzoek Netwerk Nederland (ZONN) en zijn partners in de Nederlandse patiëntenbeweging die momenteel vormgeven en verbinden met reguliere vormen van kennisontwikkeling.
De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV-2024) biedt een overzicht van de handelingsopties voor de opgaven die ons te wachten staan. Voor het formuleren van deze handelingsopties is in sessies met zowel stakeholders als burgers gebruikgemaakt van normatieve perspectieven. In dit artikel beschrijven we hoe we de verschillende sessies hebben opgezet en uitgevoerd, en de resultaten die dit heeft opgeleverd, en gaan we in op de voor- en nadelen van deze aanpak. Het gebruik van de normatieve perspectieven helpt bij het formuleren van breed gedragen oplossingen en handelingsopties. Het verbreedt de horizon van de deelnemers aan de werksessies en stimuleert om handelingsopties te onderzoeken die aansluiten bij waarden en ontwikkelingen die breder leven in de maatschappij.
Ziektelast betreft de hoeveelheid gezondheidsverlies die veroorzaakt wordt door aandoeningen (inclusief letsels). Het is een veel gebruikte maat om ziekten en aandoeningen onderling te vergelijken en te rangschikken. Het RIVM maakt al sinds 1997 ziektelastschattingen, als onderdeel van de Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (VTV). De methode is in de loop van de tijd verder ontwikkeld en toegepast. In dit artikel beschrijven we de methode gebruikt voor de ziektelastberekeningen in de VTV-2024. In deze berekeningen hebben we data gebruikt die betrekking hebben op het peiljaar 2022. De DALY (disability-adjusted life years) omvat een kwantificering van het gezondheidsverlies en is opgebouwd uit twee componenten: de jaren verloren door vroegtijdige sterfte als gevolg van een aandoening (years of life lost) en de gezonde jaren die verloren gaan door het hebben van een aandoening (years lost due to disability). De totale ziektelast in Nederland wordt in 2022 geschat op ruim 5,3 miljoen verloren gezonde levensjaren. Hiervan komt 36
Citizen participation in research, innovation, and implementation can strengthen the success of health interventions. The Dutch research group Bridge2Health focuses on citizen science (CS), considering it an overarching concept for approaches and methods that actively engage citizens in the research, development, and implementation of health interventions. Bridge2Health emphasizes intensive, cocreative forms of CS. This poses challenges within the health domain in areas such as democratization, ethics, data management, and education. Bridge2Health develops methods, standards, and training programs to support CS, enabling its effective application in the health domain.
Deelname van burgers aan onderzoek, innovatie, en implementatie kan het succes van gezondheidsinterventies versterken. De SPRONG-groep Bridge2Health heeft Citizen Science (CS) als focus en beschouwt dit als een overkoepelend begrip voor werkwijzen en methoden waarbij burgers actief betrokken worden bij onderzoek, ontwikkeling en implementatie van gezondheidsinterventies. Bridge2Health richt zich op intensieve, cocreatieve vormen van CS, hetgeen binnen het gezondheidsdomein uitdagingen met zich meebrengt op thema’s als democratisering, ethiek, databeheer en scholing. Bridge2Health ontwikkelt methoden, standaarden en scholingen om CS te ondersteunen, zodat ze effectief kan worden ingezet binnen het gezondheidsdomein.
De interventie Gezonde Peutermonden heeft laten zien dat mondgezondheid van jonge kinderen effectief kan worden verbeterd via een laagdrempelige aanpak binnen het consultatiebureau. Toch blijkt structurele inbedding in beleid en organisatie uit te blijven. Dit onderzoek richt zich op de bestuurlijke en beleidsmatige condities die nodig zijn om preventieve mondzorg duurzaam te verankeren binnen de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Een kwalitatief onderzoek werd uitgevoerd in twee Nederlandse gemeenten waar de interventie Gezonde Peutermonden werd geïmplementeerd. Beleidsdocumenten zijn geanalyseerd en er zijn twee rondes semigestructureerde interviews gehouden met beleidsmedewerkers van gemeenten, de JGZ/GGD en een zorgverzekeraar. De thematische analyse richtte zich op beleidsmatige positionering, financiering, samenwerking en verantwoordelijkheidsverdeling. De resultaten laten zien dat preventieve mondzorg beleidsmatig erkenning krijgt, maar bestuurlijk nog matig is verankerd. Gemeenten, de JGZ/GGD en zorgverzekeraar delen de ambitie om de mondgezondheid te bevorderen, maar werken binnen uiteenlopende kaders en verantwoordelijkheden. Structurele samenwerking wordt belemmerd door onduidelijkheid over regie, financiering en structurele monitoring, beperkte beleidsmatige prioriteit en afhankelijkheid van tijdelijke projecten. Gemeenten verschillen sterk in de manier waarop ze preventieve mondzorg positioneren, wat leidt tot lokale variatie in uitvoering en continuïteit. Structurele inbedding van preventieve mondzorg vraagt om heldere afspraken over samenwerking, financiering en verantwoordelijkheden tussen publieke en private partijen. Alleen wanneer mondzorg structureel onderdeel van jeugdgezondheidsbeleid wordt beschouwd, kan duurzame samenwerking ontstaan en kan elk kind profiteren van gelijke kansen op een gezonde mond.
Communities and individual citizens play a crucial role in pandemic preparedness, not only in developing and implementing plans but also in increasing their own resilience. Citizen science can contribute to this by, for example, identifying disease outbreaks, collecting and analyzing data, and supporting policymaking and risk communication. The recent COVID-19 pandemic showed that enabling conditions for using citizen science for pandemic preparedness are not in place. Therefore, this research focuses on the enabling conditions needed to effectively engage citizens in knowledge development for pandemic preparedness. We conducted an exploratory qualitative study consisting of fourteen interviews and four workshops and identified two overarching enabling conditions: public and professional recognition of citizen science and an accessible infrastructure for knowledge sharing and collaboration. Investing in a solid social, material, and technological infrastructure before a crisis strikes is necessary for fostering citizen engagement in knowledge development for pandemic preparedness. By strengthening these enabling conditions and taking the role of citizens in research seriously, citizen science can contribute not only to more effective pandemic preparedness but also to broader societal resilience in future crises.
Het inzetten van burgerwetenschap in gezondheidsonderzoek is de laatste jaren sterk toegenomen. In de gehandicaptenzorg wordt al decennialang burgerwetenschap, ofwel ‘inclusief onderzoek’, uitgevoerd, waarin mensen met een verstandelijke beperking als gelijkwaardige partners werken. We verkennen wat burgerwetenschap kan leren vanuit het inclusieve onderzoeksveld aan de hand van twee inclusieve onderzoeksprojecten. Dit artikel gaat in op de vraag hoe we succes definiëren als het gaat om onderzoek waarin inclusieve samenwerking, gelijkwaardigheid, ervaringskennis en maatschappelijke relevantie centraal staan, voorbij de grenzen van klassieke effectmaten. Ook als de vooraf gestelde projectdoelen of eindproducten niet worden behaald, zijn er opbrengsten op persoonlijk, relationeel, proces- en systeemniveau.