
Datageletterdheid wordt een steeds belangrijkere competentie voor de moderne accountant. In dit artikel wordt de meerwaarde van no-code software beschreven voor het ontwikkelen van deze competentie bij (toekomstige) accountants. Dit type software biedt een grafische interface waarmee kennis over relevante kernprincipes en analyses opgedaan kan worden zonder programmeervaardigheden. Hierdoor ligt de primaire focus op conceptueel begrip in plaats van syntactische en technische complexiteit van programmeren. Met een praktijkcasus over machine learning wordt geïllustreerd hoe no-code software het leerproces actief ondersteunt ten opzichte van programmeertalen. Tot slot worden er aanbevelingen gegeven voor het gebruik van no-code software in een geïntegreerde accountantsopleiding.
In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre het Nederlandse vennootschapsrecht toereikend is voor aandeelhouders die invloed willen uitoefenen op het klimaatbeleid van beursvennootschappen. Het vertrekpunt is dat het klimaatbeleid onderdeel is van de algemene strategie en het beleid en daarmee primair tot de bestuursbevoegdheid behoort, onder toezicht van de raad van commissarissen. Analyses van bepalingen uit Boek 2 BW, parlementaire stukken, literatuur, rechtspraak en AvA-evaluaties leren dat aandeelhouders beschikken over juridische instrumenten waarmee zij beperkt invloed kunnen uitoefenen op het klimaatbeleid van de vennootschap. De analyses van de relevante rechtsontwikkelingen op het gebied van environmental , social en governance ( ESG )-wetgeving in de EU en in Nederland en de stappen die op dat gebied in Frankrijk worden gezet leveren weliswaar inspiratie op, maar voorlopig nog beperkte mogelijkheden.
This article investigates how engagement-related Audit Quality Indicator (AQI) disclosures, specifically partner and manager involvement and auditor-training hours, affect non-professional investors’ perceptions of financial-reporting reliability and investment likelihood in a Dutch context. In a 2 × 2 + control between-subjects experiment (n = 108) participants assessed AQIs related to the audit of a fictional listed company. Results show that high partner and manager involvement enhances both perceived reliability and investment likelihood, while low involvement reduces them. The addition of a training-hours disclosure works as a potential remedy for the negative impact of low partner and manager involvement but has no incremental effect when involvement is already high. The findings demonstrate that comprehensive AQI disclosures strengthen investor confidence.
This study examines whether narrative disclosures in corporate financial reports enhance the prediction of future firm performance. While quantitative financial data such as current earnings and cash flows are established predictors, the added value of narratives remains uncertain. Using machine learning and topic modeling on over 5,000 10-K filings, we test whether narrative features improve predictive accuracy. Results indicate that narratives add limited and inconsistent value, though sections like Management Discussion and Risk Factors have higher predictive power. Our findings underline both the promise and current limitations of integrating textual analysis into financial prediction models.
Voor studenten en jonge accountants is de keuze tussen een Big 4- en een non-Big 4-kantoor belangrijk voor hun verdere loopbaan. Inzicht in de verschillen tussen Big 4- en non-Big 4-kantoren kan deze kantoren helpen bij het aantrekken, ontwikkelen en behouden van talent. Op basis van een vragenlijst onder 161 werkzame jonge accountants in de controlepraktijk bij Nederlandse Big 4- en non-Big 4-kantoren is onderzocht of jonge accountants verschillen ervaren in hun werk-privébalans en ontwikkelingsmogelijkheden. Ook is onderzocht of bij een Big 4- of non-Big 4-kantoor werkzame jonge accountants verschillende persoonlijkheidskenmerken hebben. De onderzoeksresultaten wijzen op een duidelijke afweging tussen werkdruk enerzijds en ontwikkelinfrastructuur anderzijds. Kantoren kunnen deze afweging gebruiken om zich te positioneren ten aanzien van potentiële medewerkers.
Op maandag 8 juni jl. kopte Het Financieele Dagblad “ING de eerste bank die AI een grote rol geeft bij beoordelen van hypotheken”. De subkop daarbij luidde “Vanwege felle concurrentie zullen andere banken snel volgen”. Uit het artikel blijkt dat ING het door hen gehanteerde AI model suggesties laat doen die beoordeeld moeten worden door medewerkers van de ING. Het doel hiervan is de besluitvorming over hypotheekaanvragen (kredietverstrekking) te versnellen.
Met de komst van de CSRD en de ESRS wordt ernaar gestreefd om duurzaamheidsverslaggeving voor met name grote ondernemingen een wettelijke basis te geven. Veel grote ondernemingen rapporteren al meerdere jaren vrijwillig over hun duurzaamheidsbeleid en prestaties, en een deel hiervan doet dit sinds 2017 op basis van de NFRD. Voor overheden, waaronder gemeenten, zijn op dit punt nog geen wettelijke voorschriften uitgewerkt. In deze bijdrage wordt in kaart gebracht hoe transparant gemeenten zijn over hun duurzaamheidsbeleid en – prestaties in hun jaarverslag 2023. Een vergelijkbaar onderzoek – met een specifiek hiervoor ontworpen benchmark – is eerder uitgevoerd op de jaarverslagen 2020 van een grote groep gemeenten. Deze benchmark is nu opnieuw toegepast. Uit de resultaten blijkt dat er ten opzichte van 2020 stappen zijn gezet, maar toch rapporteren gemeenten nog beperkt over duurzaamheid. De gepresenteerde informatie is meer gericht op beleid en plannen dan op de concrete uitkomsten daarvan. De analyse van de eigen voetafdruk blijft beperkt.
De regelgeving en verantwoording met betrekking tot duurzaamheidsaspecten (Environmental, Social & Governance (ESG)) staan zeer in de belangstelling. Alhoewel het belang van betrouwbaarheid van deze duurzaamheidsinformatie wordt onderkend, zijn er weinig publicaties over hoe de administratieve organisatie hierop moet worden aangepast. In dit artikel wordt uiteengezet wat de invloed van ESG-informatie is op de informatieverzorging en de beheersingsmaatregelen om tot betrouwbare informatie te komen.
Spel is een nuttige bezigheid, en misschien zelfs een voorwaarde voor beschaving en creativiteit, betoogt de cultuurhistoricus Johan Huizinga in zijn boek Homo ludens (Huizinga 1938, 2008). Daarnaast beweert hij dat de mens spel nodig heeft om bij te komen van het echte leven. Een voorbeeld van zo’n spel is het recent uitgebrachte spel ‘Publish or Perish’, dat de cultuur rond het publiceren van wetenschappelijke artikelen uitvergroot en op prikkelende wijze tegen het licht houdt. Dit artikel schetst een beeld van de verschillende facetten van het spel en het positieve rimpeleffect dat hiervan uit kan gaan voor (met name) de academisch gevormde spelers ervan.
Whether compensation contract design reflects efficient contracting or rent extraction is an ongoing debate in academic research and public discourse. We contribute to this debate by examining whether textual bloat in compensation contract disclosures is associated with excess CEO compensation. We construct a measure of bloat, defined as irrelevant, boilerplate, and redundant content, by summarizing firms’ Compensation Discussion and Analysis sections with a large language model for a sample of S&P 1500 firms during 2011–2018. In line with our hypotheses, we find a positive association between bloat and excess CEO compensation. We find no empirical evidence that governance characteristics explain the magnitude of bloat in firms’ compensation disclosures. Our findings suggest that bloated disclosures can be used as an instrument to obscure compensation levels that are unrelated to the economics of the firm.
To take responsibility for issues such as climate change, biodiversity collapse and poor labor conditions, many organizations have formulated strategic sustainability goals. However, frequently firms find it difficult to operationalize such objectives in their value chain activities. To address this issue, a method coined as Sustainability Impact Value Added Accounting (sivaa) is introduced. Fundamentally, sivaa measures the sustainability impact per unit of products created by adding the impact of all value-adding activities in the value chain while considering the quality of the data available in doing so. As such, sivaa is a governance instrument focused on continuously improving the sustainability impact of the primary processes rather than on external reporting. The starting point for sivaa was a method developed in earlier research, which was subsequently enhanced through literature research, validation with business and controlling students and through interviews with experts. Additional research is needed to further integrate sivaa with existing sustainability reporting and risk management efforts.
Kwalitatief hoogwaardige principle-based jaarrekeningwetgeving voldoet tenminste aan de eisen zoals opgenomen in de EU-richtlijn, is parlementair getoetst en goedgekeurd, en leidt niet tot overmatige belasting van ondernemingen. De RJ-richtlijnen voldoen niet aan die criteria. Derhalve is wettelijke verankering van de RJ-richtlijnen in Titel 9 niet in het publiek belang.
In dit artikel staat de onderzoeksvraag centraal hoe bestuurders van mkb-accountantskantoren kunnen omgaan met duurzaamheid in de periode na de Omnibusregeling. Belangrijke begrippen in de onderzoeksliteratuur zijn ‘duurzaamheid’ en ‘sensemaking’, waarin zingevingsprocessen en intrinsieke motivatie relevante elementen zijn. Via een integratieve literatuurstudie worden deze begrippen verkend op de gelaagde niveaus van maatschappij, organisatie en individu (macro-, meso- en microniveau). Omdat persoonlijke overtuigingen medebepalend zijn voor duurzaamheidsstrategieën van mkb-accountantskantoren, pleiten wij voor meer aandacht voor het individuele perspectief.
In public sector settings characterized by ambiguous goals and limited measurability of outputs, effective management control remains challenging. This study examines how results, action, personnel, and cultural controls are associated with autonomous motivation among employees of the Dutch National Police. Using survey data from 400 police employees, we test associations between control types and autonomous motivation and assess the moderating role of contractibility. We find that personnel controls are positively associated with autonomous motivation across contexts. Results controls are positively associated with autonomous motivation only under high contractibility, while action controls show no significant association. Cultural controls display a weaker and context-dependent association. The findings highlight the importance of aligning control choices with task characteristics in public sector organizations.
Hoewel een wettelijke verankering van de Richtlijnen passend zou zijn, twijfel ik zeer of de door Ter Hoeven (2025) voorgestelde wijze waarop die verankering zou moeten plaatsvinden de juiste weg is. Het leidt tot meer bureaucratie, hogere kosten, verlies aan flexibiliteit, risico op vermindering van de kwaliteit, en zelfs het risico dat een intense bemoeienis van de politiek kan leiden tot een statusverlaging van de Richtlijnen. De jurisprudentie is al een bestaande belangrijke een vorm van wettelijke verankering. De eerste stap voor nu zou moeten zijn ervoor te zorgen dat het een goede gewoonte wordt dat bedrijven in hun jaarrekening melden dat deze is opgesteld in overeenstemming met de stellige uitspraken in de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving.
De rijksoverheid heeft een grote impact op mens en milieu, zowel vanuit haar beleid als vanuit haar bedrijfsvoering. In dit artikel wordt weergegeven over welke duurzaamheidsonderwerpen zij extern rapporteert en in welke mate zij dat doet. Het onderliggende onderzoek maakte gebruik van tekstanalysesoftware en zoektermen uit de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Het onderzoek toont aan dat het Rijk rapporteert over alle duurzaamheidsthema’s van de ESRS, zij het dat dit versnipperd gebeurt over verschillende rapportages. De diepgang en reikwijdte van de rapportages lijken gekoppeld te zijn aan de specifieke beleidsvelden van de ministeries. Het onderzoek maakt dan ook duidelijk dat niet elk ministerie alle thema’s behandelt. Het ontbreken van regels voor duurzaamheidsverslaggeving door het Rijk vormt een hindernis voor transparantie en vergelijkbaarheid.
Deze bijdrage gaat in op de status van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving en betoogt na afweging van argumenten pro en contra dat de status van de Raad voor de Jaarverslaggeving moet worden verzwaard en dat de RJ als gedelegeerde wetgever moet worden benoemd. Het essay begint met een (wets)historische verhandeling over het ontstaan en doel van de RJ, waarna ook de strategiewijzingen van de RJ in zijn bijna 45-jarig bestaan worden besproken. Dit essay beoogt met nadruk een aansporing te geven om de plaats van de Richtlijnen in ons maatschappelijk bestel te heroverwegen.