In 2016 zijn nabij het spuisluis en schutsluiscomplex bij Den Oever visvriendelijke migratiemaatregelen geïmplementeerd. De maatregelen hebben als doel de glasaal en andere vis sneller en makkelijker te laten migreren tussen het zoute en het zoete water. De recente maatregelen betreffen nabij de schutsluizen de inwerkingstelling van een vishevelpassage en het uitvoeren van extra loze schuttingen. In de Stevinsluizen zijn twee verschillende visvriendelijke maatregelen van toepassing. Het “visspuien” wordt sinds 1992 uitgevoerd en betreft het spuien van zoet water op de Waddenzee. Hierbij heeft vis de gelegenheid heeft zowel van zoet naar zout als van zout naar zoet te migreren. Omdat de stroomsnelheid hoog is, wordt verondersteld dat kleinere vis zoals glasaal niet goed kan migreren naar het zoete binnenwater. De zgn. glasaalmaatregel is sinds 2016 ingesteld, en betreft visvriendelijke spui waarbij elke kentering kortstondig zout water wordt gespuid naar het zoete water, omwille van de glasaalintrek. Bij Den Oever vindt ook de langslopende monitoring van glasaal in Nederland plaats.
As part of the permit, Rijkswaterstaat requested an ecological monitoring and evaluation framework guideline to accompany the permit-application for the activities of BOPEC (Bonaire) and Nustar (St. Eustatius), related to the activities of the loading and unloading of oil and oil-related-products. IMARES has been asked to develop a tailored guideline to assist in the design of a monitoring plan by BOPEC and Nustar. The current document is the requested guideline. A complete monitoring proposal by the license holder must subsequently be developed on the basis of this guideline. The generic framework developed by Becking and Slijkerman (2012) was applied and made more specific for this guideline. The basic steps undertaken were: 1. Establishing the context in which the project will take place. 2. Scoping of the project activities, their pressures and the environmental descriptors relevant to the potential impact area. 3. Assessment and evaluation of the anticipated pressures on the selected biological and environmental descriptors. The guidance thus contains an overview of relevant activities and their pressures. In addition, biological descriptors were selected based on the most important relationships to the planned activities and anticipated pressures. The scope of monitoring is based on the major linkages between activities, -pressures and -ecosystem descriptors. A distinction is made between baseline and accident monitoring. Baseline monitoring is necessary to guarantee that background levels and patterns of change over time are known. This should be done also at control sites to make sure that a natural pattern (e.g. bleaching) is not confused as an effect of pollution on the impact sites. Both control sites and impact sites to perform baseline monitoring are recommended in this report. Accident monitoring is the assessment of the environmental status following accidents. Polluted sites should be identified and monitored. In parallel, all baseline monitoring should be continued. Due to wind and currents, there is a high likelihood that oil spilled at Nustar will float to the coast of Saba. Therefor it is necessary to check the coast of Saba as well after an oil spill. The baseline monitoring should be a continuous process with and regular effort, while accident related monitoring is incidental, only but directly after a spill or accident. Each type of monitoring requires different frequencies (Chapter 6).
In the process of implementing Marine Strategy Framework Directive measures, such as area closure, questions arise on the aspect of displacement of fisheries. Displacement is a relatively new topic to fisheries science, and no studies in the Dutch North sea are available. Because the MSFD measures are not yet implemented, actual displacement in the assigned areas cannot be studied yet. Therefore, displacement in historically closed/managed areas was studied. The Voordelta – specifically the Bottom protection area- was taken as the study area. The aim was to study if displacement could be analysed, and if so, to what extent displacement depends on the type of fisheries.
Dit rapport geeft een overzicht van de belangrijke kosten en baten voor zes varianten voor gebiedssluitingen voor de bescherming van het benthische ecosysteem op het Friese Front en de Centrale Oestergronden. De voorgestelde afsluitingen leiden tot een reeks ecologische baten en economische kosten. De huidige studie faciliteert daarmee een geinformeerde discussie over een optimale allocatie van deze afsluitingen.
This report provides an overview of the important benefits and costs for six variant closures for the protection of the benthic ecosystem on the Frisian Front and the Central Oyster Grounds. The proposed closures lead to a range of ecological benefits and economic costs. The current study facilitates an informed discussion about an optimal allocation of the closures.
MIRT-onderzoek (Meerjaren Programma Infrastructuur Ruimte en Transport) naar de ecologische verbetermogelijkheden van het Eems-Dollard estuarium in samenhang met de economische en sociale functies die het gebied vervult. Met de DPSIR methode wordt een oorzaak-gevolg keten inzichtelijk gemaakt volgens 5 elementen: Driver-Pressure-State-Impact-Response (DPSIR). Deze methode is ontwikkeld door de Europese Environment Agency.
Dit is deel twee van de rapportage over het Zee op Zicht programma. In deel 1, de ‘reader’ werden de bevindingen van Zee op Zicht gepresenteerd. In dit deel vindt U een overzicht van publicaties die mede door een bijdrage van Zee op Zicht tot stand zijn gekomen. Daarnaast vindt U een verslag van de activiteiten van de bijeenkomst gehouden op 4 december 2014. Op deze dag zijn de resultaten van zee op Zicht gepresenteerd en bediscussieerd met een publiek afkomstig uit maritiem beleid, sectoren en NGOs.
De veranderingen op zee gaan snel. Aan de ene kant neemt de wens voor bescherming van het marine milieu toe, aan de andere kant vormen goederen en diensten van de zee een groeiende bron van inkomsten. In het beheer van de zee is sprake van een veranderende rol van de overheid, met name de verdeling van regulerende overheden over schalen van lokaal nationaal en regionaal naar Internationaal in EU verband – maar ook in bijvoorbeeld OSPAR en Noordzee verband. Binnen het project Zee op Zicht hebben in de afgelopen vier jaar onderzoekers van Wageningen UR zich gebogen over de vraag hoe je een integraal afwegingskader voor het inrichten van de zee zou kunnen ontwikkelen.
In de Nederlandse Mariene Strategie zijn het Friese Front en de Centrale Oestergronden genoemd als zoekgebieden voor beschermingsmaatregelen voor de zeebodem en de fauna die daar leeft. In het proces omtrent het vaststellen van de maatregelen is in de laatste jaren veel onderzoek gedaan, en kennis ontwikkeld. Deze rapportage biedt toegankelijke samenvattingen van wetenschappelijke kennis die in de afgelopen jaren is opgedaan en eerder is beschreven in omvangrijke rapportages. Het Friese Front ligt zo’n 50 kilometer ten noordwesten van de Waddeneilanden Vlieland en Terschelling.
of the EU Common Fisheries Policy. The latest European policy for the EU’s marine waters (the Marine Strategy Framework Directive, MSFD) applies the ecosystem-based approach at a broader maritime level. The ecosystem-based approach ensures that the collective pressure of all human activities is kept within limits compatible with the achievement of good environmental status, and in such a way that the capacity of marine ecosystems to respond to human-induced changes is not compromised (EC, 2008). This should enable the sustainable use of marine goods and services by present and future generations. The Dutch government is currently implementing the MSFD.
Binnen de maatregelen die in dit rapport worden overwogen, zijn de grootste baten van de kaderrichtlijn mariene strategie gerelateerd aan zwerfafval op zee. De grootste financiele voordelen zijn gerelateerd aan het reduceren van grotere stukken zwerfafval op zee. Het doel dat is gesteld om een goede milieustatus te bereiken voor biota, zal echter pas worden bereikt als de hoeveelheid kleine plastic deeltjes in de zee wordt verminderd, aangezien dit de grootste drukfactor is. Maatregelen om het aantal verloren netten en delen van netten tot een minimum te beperken, zijn potentieel kosteneffectief. Mensen bewust maken van hun eigen bijdrage aan het zwerfafval probleem op zee zal een belangrijke rol spelen bij het beperken van zwerfafval, zowel van toeristen op het strand als van zeevaarders en vissers op zee.
On the island Bonaire, eutrophication is a point of serious concern, affecting the coral reefs in the marine park. Eutrophication can cause altered balance of the reef ecosystem because algae shall outcompete corals, eventually leading to a disturbed composition of the reef. The reef of Bonaire faces nutrient input by various sources, of which enriched groundwater outflow from land to the reef is considered to be a substantial source. Groundwater is enriched with nutrients due to the e.g. leaking septic tanks. In order to reduce the input of nutrients on the reef via sewage water, a water treatment plant is being built on Bonaire.
This report presents the characteristics of good environmental status (GES) for each descriptor, as required bij article 9 of the Marine Strategy Framework Directive (MSFD)