De kwaliteit van ons oppervlaktewater is de laatste decennia flink vooruit gegaan, echter de gestelde normen (volgens KRW doelen) worden nog niet altijd gehaald. Het samenwerkingsverband Rijn-West en DAW-impuls stelt zich de vraag hoe ketenpartijen een handje kunnen helpen. In dit onderzoeksrapport wordt antwoord gegeven op de vraag: “Hoe kunnen Rijn-West partners het gedrag van partijen in de nutriëntenketen van de melkveehouderijsector, dan wel andere relevante partijen, actief in westelijk veenweidegebied beïnvloeden, zodat ze samen de waterkwaliteit en kwaliteit van de leefomgeving verbeteren?” Verkenning met partijen uit de nutriëntenketen in het westelijk veenweidegebied is uitgevoerd door het voeren van gesprekken met in dit gebied actieve zuivelaars, diverse erfbetreders, agrariërs en vertegenwoordigers van de agrarische collectieven.
Woord voorafToezichthouders controleren of wordt voldaan aan wet-en regelgeving.Voor de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav), voortkomend uit de Wet ammoniak en veehouderij (Wav), dient voor het betreffende controlejaar gecontroleerd te worden of de hoeveelheid geproduceerde ammoniak binnen de vergunde hoeveelheid is gebleven.In de Omgevingsvergunning en de vergunning Natuurbeschermingswet zijn voor een veehouderijbedrijf het aantal dieren, het huisvestingssysteem en eventuele emissiereducerende maatregelen vastgelegd, inclusief het daarbij horende vergunde (maximale) niveau van de ammoniakemissie.De ammoniakemissie kan onder andere worden verminderd via het verminderen van de ammoniakale stikstof (TAN) excretie.De maatregel 'verminderen van de TAN-excretie' kan alleen worden meegenomen bij de vergunningverlening als toezichthouders kunnen controleren of de gerealiseerde TAN-excretie voldoet aan de gestelde norm.De TAN-excretie van een melkveebedrijf kan worden vastgesteld met de module BEA van de Kringloopwijzer.Het is voor toezicht en handhaving essentieel dat de informatiebronnen en de rekenregels die door BEA gebruikt worden geborgd zijn, zodat de door BEA berekende TAN-excretie (in kg per jaar) zonder voorbehoud of discussie gebruikt kan worden voor de controle en naleving van de vergunningvoorschriften.In dit rapport wordt beschreven hoe de borging van BEA-rekenmethodiek is vormgegeven en wordt aan de hand van inzichtelijke voorbeelden het principe van die rekenmethodiek duidelijk gemaakt.Het rapport is op inhoud beoordeeld door
De Duurzame Zuivel Keten (DZK) werkt aan doelen op het gebied van biodiversiteit op melkveebedrijven. Zij heeft opdracht gegeven om Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) te selecteren die inzicht kunnen geven in de status van functionele agrobiodiversiteit op een melkveebedrijf. Binnen dit onderzoek zijn uit bestaande databases 10 KPI’s geselecteerd die daarvoor in aanmerking komen. De inhoud van de databases is met name gericht op structuurkenmerken en de economische en duurzaamheidsprestaties van bedrijven. Op dit moment is er weinig informatie over de ecologie op bedrijven voorhanden. Zes van de tien geselecteerde indicatoren zouden reeds binnen 1 à 2 jaar gebruikt kunnen worden. Het betreft vooral kengetallen die een indruk geven van (1) bodemkwaliteit op basis van het gehalte aan organische stof en (2) de beïnvloeding van biodiversiteit door de uitstoot van emissies.
Er ontstaan door de vele veranderingen in zorg, welzijn en arbeidsparticipatie nieuwe kansen voor zorgboeren. Behandeling is daarvan een uitdagend voorbeeld. Maar deze kans is er niet voor iedereen. Het vraagt nogal wat van je als mens en ondernemer. Hoe zorg je ervoor dat de nieuwe clienten ook daadwerkelijk een goede behandeling krijgen? Wat betekent het voor de aandacht voor je huidige clienten? Ben je in staat om met behandelaars samen te werken? En zo ja, op welke wijze? Deze brochure gaat in op al deze vragen via concrete voorbeelden. Dat gebeurt aan de hand van een aantal pionierende zorgboeren die al met behandeling op hun zorgboerderij aan de slag zijn gegaan.
Voor negen biologische melkveebedrijven bedroeg het berekende effect van weidegang op ammoniakemissie gemiddeld 3,3 gram per koe per uur weidegang op jaarbasis. Daarmee weken de uitkomsten niet af van een eerdere verkenning voor een modelbedrijf met een gangbare bedrijfsvoering. Vooral door de aan- en afvoer van mest was de variatie in uitkomsten van de biologische bedrijven groter, aangezien dit de emissie door mestaanwending aanzienlijk beinvloedt. Weidegang kan alleen als mitigerende maatregel dienen wanneer borging gewaarborgd is, echter hier is nog geen eenduidige oplossing voor aan te geven.The calculated effect of grazing on ammonia emission based on nine organic dairy farms was 3.3 grams per hour per cow grazing on annual basis. Those results were comparable to the results from a previous survey for a common model farm. Mainly due to the supply and discharge of manure, the variation in outcomes of the organic farms was bigger, since manure application affects ammonia emission significantly. Grazing only can serve as a mitigation measure if assurance is guaranteed, but here is no single solution to provide.
Een beknopt overzicht wordt gegeven van de geschiedenis van het agrarisch natuurbeheer, gericht op de lessen die we ervan kunnen leren. Met landsdekkende bestanden (Floron, Sovon Nederland) is een analyse uitgevoerd naar de spreiding van vanuit het oogpunt van natuurbehoud relevante planten- en vogelsoorten waarvoor agrarisch natuurbeheer van betekenis zou kunnen zijn. Als criterium voor ‘voor natuurbehoud relevant’ is gehanteerd >15% doelrealisatie voor planten (per km2) en >30% doelrealisatie van vogels (per 250 m grid), gerelateerd aan de natuurdoelentypologie van Bal et al. (2001, 2004). Bepaald is welk deel van de cellen binnen de EHS, in de randzone van de EHS en buiten de EHS voorkomt. Voor enkele weidevogelsoorten is bepaald hoe de huidige populaties over de verschillende beheercategorieen zijn verdeeld. Daarnaast is een analyse uitgevoerd naar de relatie tussen vanuit natuuroogpunt waardevolle cellen en de daar voorkomende agrarische bedrijven (m.b.v. het GIAB-bestand met info over type, grootte, intensiteit enz.). Ten slotte is een overzicht opgesteld van de mogelijkheden die innovatie biedt voor het beter inpassen van natuur binnen het agrarische bedrijf.
In this paper we describe the role and the functioning of the innovation network ‘Waardewerken’. This network with 20 pioneers in multifunctional agriculture had a role in the development of the multifunctional sector in the Netherlands during the period 2004 – 2011. All 20 entrepreneurs had a flourishing agricultural enterprise. Besides their agricultural production, all farms organised other activities and together they covered the most common activities in Dutch multifunctional agriculture like nature conservation, farm shops, green care, education, recreation, childcare. In this network entrepreneurs and researchers closely worked together in order to stimulate the growth and the professionalization of the multifunctional agriculture sector. The network operated on several levels: influencing policy (locally, regional and national) in order to establish support, compose and implement a research and action agenda and inspiring other agricultural entrepreneurs with good examples and new knowledge. The organisation of the network, the different roles of the researchers and entrepreneurs involved, the impact of the network and the lessons learned will be discussed.
Uit dit onderzoek naar de meerwaarde van multifunctionele landbouw in het krimpgebied Noordoost-Groningen en de daarbij gevolgde redeneerlijnen, blijkt dat: De agrarische sector niet of nauwelijks betrokken wordt bij de plannen rondom krimp en niet in beeld is als verbindingspartner. De agrarische sector die rol zelf niet oppakt, omdat ze zich onvoldoende realiseert dat het bijdragen aan oplossingen voor het krimpvraagstuk kan worden gezien als een verduurzamingsstap van de landbouw Een belangrijke randvoorwaarde is dat bij zowel de agrarische sector als de andere partijen gewerkt wordt aan bewustwording.
The dairy sector is the largest organic sector in the Netherlands. Cows, goats and sheep are kept to produce milk and variety of cheeses. Although a significant share of total organic dairy production is exported, domestic consumers are continuing to buy more and more Dutch organic dairy. To facilitate organic dairy farmers, Wageningen UR and Louis Bolk Institute carry out a variety of research aimed specifically at organic dairy production. The report contains sector facts, sector aspirations, current affairs and research projects.
De brochure bevat innovatieve ideeen, die aantonen dat natuurgebieden geen bedreiging hoeven te zijn voor veehouders, maar juist mogelijkheden bieden voor verdere bedrijfsontwikkeling. Daarvoor is samenwerking tussen veehouders en onderzoekers, provincies, gemeenten, natuur- en milieuorganisaties en ketenpartijen essentieel.
Het project Agromere verkende of (stads)landbouw een natuurlijk onderdeel zou kunnen worden van moderne stedelijke ontwikkeling. Om de kansen en belemmeringen van landbouw in de stad concreet te maken is Almere als case gekozen. Almere staat aan de vooravond van de zogenaamde Schaalsprong 2030. Om de regio’s Amsterdam en Utrecht te ontlasten zou Almere met ca. 60.000 woningen moeten groeien in de periode tot 2030. Een deel van de ontwikkeling zou in een gebied van ca. 3.000 ha ten Noordoosten van de stad moeten plaatsvinden. Dit gebied, Almere Oosterwold, is nu in gebruik door de landbouw die hier voor de wereldmarkt produceert. Samen met een groep stakeholders vanuit diverse achtergrond is de denkbeeldige wijk Agromere ontworpen. In deze wijk met ca. 5.000 inwoners gaan landbouw en wonen samen op 250 ha. Uitgangspunt bij het ontwerp waren de volgende principes: zoveel mogelijk zelfvoorzienend qua voedselproductie, landbouw volgt de biologische productiewijze, landbouw is integraal onderdeel van de wijk, ondernemerschap is leidend, zoveel mogelijk lokale energieproductie en verbinding van de (mineralen) kringlopen van de wijk met die van de landbouw. Dit rapport verantwoordt het proces vanaf het prille begin (2002), via het vormen van een stakehodernetwerk (2005) tot en met het ontwerp (eind 2008) van Agromere. Het beschrijft zowel het proces dat geleid heeft tot het ontwerp van de virtuele wijk agromere als het ontwerp zelf. Agromere inspireerde de stad Almere. Almere nam stadslandbouw op in de Concept Structuurvisie (juni 2009) als een van de dragers van het te ontwikkelen Almere Oosterwold. De komende jaren zullen uitwijzen of stadslandbouw in Almere Oosterwold werkelijkheid wordt.
Een aantal ondernemers en waterschappen in het Westelijk Veenweidegebied zijn aan de slag gegaan met technologische innovaties. Het ontwikkelingstraject, de impact en het draagvlak kan per innovatie flink verschillen, zo werd duidelijk tijdens de ontwikkeling van de mobiele melkrobot en onderwaterdrainage.