In dit artikel bespreken we ons onderzoek naar de optimale lettergreepstructuur in geïmproviseerd gezongen onzintekst. Eerder onderzoek naar optimale of ongemarkeerde syllabes is uitgevoerd op het gebied van eerste taalverwerving (Dinnsen, 1992; Gierut, 1996 e.a.). Vanuit een functioneel articulatorisch perspectief kunnen de uitkomsten van dit verwervingsonderzoek worden vergeleken met geïmproviseerde zang. Gezongen klanken kunnen worden beschouwd als de optimale realisatie van spraakklanken en hun kenmerken; een (�) in zang zal zo open mogelijk zijn en een (�� wordt met zo veel mogelijk lipronding gearticuleerd. Daarnaast is geïmproviseerd zingen van onzintekst vooral een ontspannende bezigheid, we willen niet te veel moeite doen om de lettergrepen te produceren. Het doel van dit artikel is het beschrijven en verklaren van de optimale lettergreepstructuur in zang, in vergelijking met spraak. Syllabesequenties die prototypisch aan gezongen onzintekst worden toegeschreven, zoals 'tralala', worden ter discussie gesteld aan de hand van een experiment waarin professionele- en amateurmuzikanten onzinsyllabes zingen op drie bestaande melodieën. Sundberg (1994) beschrijft een onderzoek naar de aanname dat het improviseren van gezongen onzinlettergrepen geleid wordt door een set principes die muzikale structuur reflecteren. Het huidige artikel is een vervolg op het onderzoek van Sundberg. De opbouw van het artikel is als volgt: in paragraaf 2 schetsen we een overzicht van relevante linguïstische literatuur en onze functionele benadering. In paragraaf 3 zetten we onze hypotheses uiteen, vervolgd door een beschrijving van het experiment, de resultaten en een vergelijking met de resultaten uit het onderzoek van Sundberg (1994). In paragraaf 4 concluderen we met een verklaring voor de optimale lettergreepstructuur, gebaseerd op fonetische en fonologische argumenten.