.
NL Inclusief HRM wordt gezien als één van de manieren om personeelskrapte op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Door bijvoorbeeld langdurig werkzoekenden uit te nodigen voor een sollicitatiegesprek, kan het onbenut arbeidspotentieel beter worden aangeboord. Maar welke factoren vergroten de kansen op een sollicitatiegesprek voor langdurig werkzoekenden? Om deze vraag te beantwoorden is gebruikgemaakt van een vignetstudie (N= 948) onder 174 werkgevers in het Rijnmondgebied. De resultaten laten zien dat met name menselijk kapitaal (onderwijsniveau en ‘soft skills’), leeftijd en de gezondheid van langdurig werkzoekenden de aannamebereidheid van werkgevers beïnvloeden. Daarnaast speelt de bedrijfscultuur een rol, terwijl de inzet van lokaal beleid en het kunnen compenseren van onvoldoende ‘harde’ vaardigheden met ‘zachte’ vaardigheden geen samenhang vertonen met de kans om te worden uitgenodigd voor een gesprek.
Recovery is a multidimensional concept, including symptomatic, functional, social, as well as personal recovery. The present study aims at exploring psychosocial and biological determinants of personal recovery, and disentangling time-dependent relationships between personal recovery and the other domains of recovery in a sample of people with a psychotic disorder. A cohort study is conducted with a 10-year follow-up. Personal recovery is assessed using the Recovering Quality of Life Questionnaire (ReQoL) and the Individual Recovery Outcomes Counter (I.ROC). Other domains of recovery are assessed by the Positive and Negative Symptom Scale Remission (PANSS-R), the BRIEF-A and the Social Role Participation Questionnaire-Short version (SRPQ) to assess symptomatic, functional and societal recovery, respectively. In addition, multiple biological, psychological, and social determinants are assessed. This study aims to assess the course of personal recovery, and to find determinants and time-dependent relationships with symptomatic, functional and societal recovery in people with a psychotic disorder. Strengths of the study are the large number of participants, long duration of follow-up, multiple assessments over time, extending beyond the treatment trajectory, and the use of a broad range of biological, psychological, and social determinants.
Introduction Preventive interventions to reduce overweight and obesity in childhood and adolescence are studied on their effectiveness worldwide. A number with positive results. However, long-term effects of these interventions and their potentially wider influence on well-being and health have been less studied. This study aims to evaluate the long-term effects of a multicomponent intervention in elementary school children targeting individual behaviour as well as environment (Lekker Fit!). The primary outcomeis body mass index and the secondary outcomes are waist circumference, weight status, physical fitness, lifestyle, psychosocial health and academic performance. Methods and analysis In a naturalistic effect evaluation with a retrospective, controlled design adolescents in secondary schools, from intervention and non-intervention elementary schools, will be compared on a wide set of outcome variables. Data will be collected by questionnaires and through anthropometric and fitness measurements by trained physical education teachers and research assistants. Baseline data consist of measurements from the adolescents at the age of 5 years old and are gathered from preventive youth healthcare records, from before the intervention took place. Multilevel regression models will be used and adjusted for baseline measurements and potential confounding variables on the individual and environmental level. Furthermore, propensity scores will be applied. Ethics and dissemination The study has been approved by the Medical Research Ethics Committee of the Erasmus Medical Centre, Rotterdam, The Netherlands (permission ID: MEC-2020-0644). Study findings will be disseminated in peer-reviewed journals and by conference presentations. Trial registration number NL8799. Pre-results.
Dit rapport behandelt de maatschappelijke impact van COVID-19 op de stad Rotterdam waarbij ook vergelijkingen worden gemaakt met landelijke gegevens. Het is gebaseerd op gegevens die in de periode 3 april 2020-13 april 2020, kort na de lockdown, zijn verzameld. Daarbij wordt aandacht besteed aan de sociaaleconomische, sociaalpsychologische en sociale gevolgen van COVID-19. Het gaat om een eerste meting. Het is de bedoeling om de maatschappelijke impact in de tijd te volgen zodat nader inzicht kan worden verkregen in thema’s als werk- en inkomensverlies, zorgmijding, angsten en stress, onderlinge solidariteit, sociale verhoudingen in buurten, vertrouwen van bewoners in elkaar, gezondheidszorg en overheid. Het is van belang om deze inzichten mee te nemen bij de afschaling van maatregelen die in de komende periode vorm gaat krijgen.
COVID-19 heeft een grote impact op de Nederlandse samenleving, niet alleen op de volksgezondheid, maar ook op de economie, de onderlinge relaties tussen mensen, de verhouding tussen burgers en overheden, en op het mentaal welbevinden van mensen. In april 2020 zijn we begonnen om de impact van COVID-19 in kaart te brengen voor de steden Rotterdam, Den Haag en landelijk. In de eerste helft van juli 2020 herhaalden wij dit onderzoek, waarbij we ook verslag deden over Amsterdam. De tweede studie had de hoopvolle titel De heropening van de samenleving. Maar aan die heropening kwam vrij snel een einde toen een tweede coronagolf zich aandiende. In dit rapport doen we verslag van een derde meting afgenomen in november 2020, waaraan opnieuw Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hebben deelgenomen, en waarbij ook landelijk gegevens zijn verzameld. Daaruit blijkt onder andere dat angst voor baanverlies weer is toegenomen en dat er sprake is van een afname van vertrouwen in overheden, het RIVM en de GGD’s. In dit rapport gaan we vooral in op veranderingen in maatschappelijke impact in de periode april 2020—november 2020. Daarnaast besteden we specifieke aandacht aan twee thema’s. Het eerste handelt over het mentaal welbevinden van burgers en de beschermende functie van sociaal kapitaal, in het bijzonder sociale steun. Het tweede thema gaat over de vraag welke groepen onvrede hebben met het coronabeleid van de overheid. De bevindingen wijzen op een verdeelde samenleving. Mensen met een slechte gezondheid, een laag inkomen, een lage opleiding, geringe werkzekerheid en een gering sociaal kapitaal worden meer getroffen door de negatieve mentale gevolgen van COVID-19 en hebben meer onvrede met het gevoerde beleid dan mensen met een sterkere maatschappelijke positie.